Onze tuin voor 1999

Tot de zomer van 1999 hadden we een kattenren van vier meter lang, anderhalve meter breed en twee meter hoog in onze tuin, maar toen de coniferen op de erfscheidingen met de buren hun beste tijd hadden gehad, hebben we de kattenren (na 7 jaar gebruik) samen met de coniferen uit de achtertuin weggehaald.

 

Onze tuin na 1999

Nu staat er een twee meter hoge schutting (met gaas aan de bovenkant) om onze "nieuwe" tuin, zodat onze katten wel naar buiten mogen, maar niet verder kunnen dan onze tuin. Zo heeft niemand verder last van onze beesten en wij weten (bijna) zeker dat de katten niets overkomt.
Het gaas aan de bovenkant van de schutting steekt haaks naar binnen, bij iedere schuttingpaal rustend op "boekenplankdragers", die een laagje van zink hebben zodat ze niet roesten.
Alleen als wij thuis zijn, mogen de katten de tuin in en toen
Mickje nog leefde, kon ze haast niet wachten tot wij de achterdeur open deden of het kattenluikje van het slot haalden. Farah en Larena spelen met elkaar in de tuin en Dopje zat in het begin graag ergens alleen. Later durfde Dopje toch niet meer door het kattenluikje, omdat Mickje haar dat niet toeliet. We zijn benieuwd of Dopje nu weer pogingen gaat doen om de tuin in te gaan, nu Mickje is overleden.

's Nachts en als we overdag weg zijn, zit het kattenluikje wel verstopt achter een kattenkrabpaal, die we er dan voorzetten, want anders blijven de katten proberen of het luikje open kan en dat zou het ding op den duur niet overleven. Het eerste luikje is trouwens al wel gesneuveld, maar dat kwam doordat Larena er zo hard doorheen denderde dat het afbrak, terwijl het luikje niet eens op slot was. Het luikje kon dus eigenlijk wel gewoon naar buiten en naar binnen openklappen, maar Larena was sneller dan het luikje op de normale manier open kon.
In december 2001 brak het tweede luikje ook af door Larena's geweld, maar toen kon het luikje gelukkig gelijmd worden.

Hierbij bedank ik mijn moeder voor het ontwerp van de tuin en mijn vader voor de uitvoering.
Vooral Mickje vond de nieuwe tuin erg fijn. Zoals te zien is op de foto van de "oude" tuin (helemaal rechts boven) wilde Mickje eigenlijk helemaal niet meer in de ren na al die jaren. Als het mooi weer was, stond ze binnen te miauwen en aan de hordeur te plukken, omdat ze naar buiten wilde en als ze buiten in de ren was, sprong ze wild miauwend tegen het gaas op. Met een riempje om en een lang touw eraan (vast gemaakt aan het gaas van de ren, dat ze dus een keer kapot trok, omdat ze van een geluid schrok en wilde vluchten) zat ze wel graag in de tuin.
Zonder kattenren en met schutting om de tuin, had ze de tijd van haar leven, als we tenminste thuis waren, want dan gaat altijd het kattenluikje in de achterdeur van het slot en dan kon ze naar buiten en naar binnen wanneer ze maar wilde. Vaak zat ze 's avonds bij de onderkant van de schutting te wachten of er soms een muisje
de tuin in durfde te komen en het was een paar keer gebeurd dat Mickje een muis naar binnen bracht of zo'n beestje op de mat buiten bij de achterdeur voor ons achterliet. De eerste muis leefde nog en heeft een weekend door onze keuken en woonkamer van kast naar kast kunnen zwerven, voordat we hem/haar weer konden vangen en onder de schutting door weer los konden laten. De tweede muis leefde nog net, maar stierf kort nadat Mickje had losgelaten (terwijl Willem de muis nog probeerde te reanimeren) en de paar muizen daarna, die Mickje ving, hebben we niet levend gevonden.

Larena vangt graag insecten en wurmen en brengt ze dan naar binnen terwijl ze nog half leven, dus dat vinden we ook niet zo'n succes, maar Dopje doet gelukkig geen "enge" dingen in de tuin.
Farah heeft in december 2001 haar eerste muis gevangen en naast Willem's hoofd op de bank gelegd, waar hij net lag te slapen. Willem werd wakker van een raar gemiauw van Farah en vond toen dus de muis, die al dood was.

Mickje en Larena sprongen ook wel eens recht omhoog de schutting in of sprongen in de stam van de hoge naaldboom, die achter in de tuin staat, maar dan kwamen ze het gaas tegen, dat boven hun neus haaks weer de tuin in steekt en dan lieten ze zich toch maar weer naar beneden vallen. Tegenwoordig doet Larena dat zelfs niet meer, omdat ze wel weet dat ze toch niet verder kan en springt ze alleen voor vogels en insecten.
Farah heeft ook wel eens geprobeerd tegen de boomstam op te klimmen, maar toen kreeg ze hars van de boom tussen haar tenen en dat vond ze niet fijn.

Een grote rode kater, die was afgekomen op Farah's krolse Siamese gekrijs, heeft zich een keer, uit pure angst voor ons, tussen de dikke boomstam en de kraag van gaas, die om die stam zit, weten te wurmen.
Dat was ook de enige plek waar hij zelf uit onze tuin kon komen, want op alle andere plekken zit het gaas met krammen aan de schutting vast. Maar we wilden de boomstam niet vernielen, dus daar zit het gaas eigenlijk los om heen met een metalen draad haaks op de stam gehouden en die draad is gespannen vanaf het stuk schutting aan de achterkant naar een stuk schutting aan de zijkant van de tuin. Na die ontsnapping zaten de plukken rood bont nog dagen aan het gaas en Farah mocht spontaan van ons tot het einde van haar krolsheid niet meer de tuin in (en de rest dus ook niet, tot ongenoegen van Mickje) en na die krolse periode is ze meteen weer op de poezenpil gezet, zodat ze niet nog meer katers uit de buurt onze tuin in kon lokken.

Onze rode kater Peter ook een keer uit de tuin ontsnapt. Eind januari 2001, toen Peter net twee weken bij ons was en zich nog niet thuis voelde, heeft hij zich met veel bruut geweld tussen het gaas en de boomstam gewurmd. Na meer dan vier weken vonden we hem pas weer terug.
We hielden hem daarna goed in de gaten en we hebben het gaas heel strak om de boom gespannen. Maar na zijn ontsnapping en terugkomst leek hij zich ineens wel thuis te voelen hier en hij heeft nooit meet geprobeerd om uit onze tuin te ontsnappen.

Als het zomer is, hebben wij geen zin in vliegen en muggen in de woonkamer en dan zit er dus een hordeur in het kozijn van de achterdeur naar de tuin. Om de katten ook door de hordeur te kunnen laten gaan, zonder dat ze die afbreken, bestaat de onderste 30 centimeter van de hordeur niet meer uit gaas, maar is van spaanplaat en daarin zit een gat zo groot als een kattenluikje met ervoor een gordijntje van het gaas dat toch onderuit de hordeur was gehaald.
Op deze manier kan de achterdeur op een koude zomerdag en 's nachts ook dicht terwijl de hordeur ook in het kozijn kan blijven, want dan kunnen de katten naar buiten via het gordijntje en luikje, die dan achter elkaar hangen.

Femke en Goof vinden de tuin ook prachtig en kunnen vaak niet wachten tot wij het luikje opdoen. Het is zo leuk om de katten in de tuin te zien struinen, spelen en slapen, wetend dat ze niets ernstigs kan overkomen.