Kattenren

De constructie van de kattenren was vrij eenvoudig.
Voor drie katten en waar mensen ook nog in kunnen staan:
Van vurenhouten palen werden voor iedere zijkant 2 raamwerken gemaakt, elk van ongeveer 2 meter breed en 2 meter hoog en een extra verticale lat in het midden van de breedte.
De achterkant van de ren was een raamwerk van 1,5 meter breed met ook een extra verticale lat in het midden van de breedte.
De voorkant had een dichte (voor de stevigheid) deur, gemaakt van vurenhouten latjes die inelkaar vielen, zoals parket dat je op de vloer legt. Aan de binnenkant van de deur zaten ook nog schuine latten getimmerd, voor extra stevigheid.
Naast de deur, die een meter breed was, zat ook nog een raamwerk, 50 centimeter breed. Alle raamwerken zaten aan elkaar door middel van grote spijkers en grote schroeven en moeren.
Aan de zijkanten en bovenop zat kippengaas, dat aan de buitenkant van de ren met krammetjes was vastgezet.
De deur had een extra groot scharnier, zodat de kans op scheef hangen minder groot was en had een schuifslot aan de buitenkant en een haakje met een oog aan de binnenkant.
De hele ren stond op een rechthoek van grindtegels tegen vocht aan de onderkant van het geraamte en al het hout was gebeitst. Beits is het minst schadelijk voor de beesten als ze aan het hout hun nagels scherpen en zich daarna gaan likken en zo misschien wat naar binnen krijgen. In de kattenren lag gras en er stonden wat grote klimtakken. Aan de zijkanten waren op verschillende hoogtes wat plankjes gemaakt, waarop de beesten konden liggen.

Zonder onderhoud heeft deze ren 7 jaar lang prima gestaan. Het nadeel was, dat wij geen gat voor een kattenluikje naar de ren in de buitenmuur van ons huis konden maken, omdat wij ons huis toen nog huurden en de situatie er niet naar was. De ren was dus niet tegen het huis gebouwd en het was lastig om de katten steeds naar de ren en weer naar binnen te dragen en na een paar jaar zaten ze vaker binnen in huis dan in de ren. Als ze in de ren zaten, begonnen ze te miauwen dat ze weer naar binnen wilden en omgekeerd. Of ze durfden niet of het was te warm of te koud. Er leek altijd wel wat. Er was geen beschutting tegen de regen en dus moesten wij in dit Hollandse klimaat altijd opletten of niet ging regenen als we de beesten in de ren hadden gezet, want ze wilden niet nat worden. De kattenren stond op een punt in de tuin waar ze in de zomer toch nog zon en een heel groot gedeelte van de dag schaduw hadden, met als gevolg dat er in de winter bijna geen zon bij kwam. Koud dus, maar te veel en alleen maar zon in de zomer is ook niet goed.
Zo'n ren leek leuk, maar uiteindelijk werkt de schutting om de tuin met gaas aan de bovenkant bij ons toch beter. We hebben een kattenluikje in de achterdeur en als wij thuis zijn mogen de katten door het luikje de tuin in.